| Werkzame personen | Detailhandel, geen winkel of markt | Winkels in overige artikelen | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 88.765 | 16.405 | 84,5% |
| 2 personen | 12.975 | 5.075 | 12,4% |
| 3–4 personen | 2.115 | 3.320 | 2% |
| 5–9 personen | 710 | 1.985 | 0,7% |
| 10–19 personen | 270 | 780 | 0,3% |
| 20–49 personen | 120 | 445 | 0,1% |
| 50–99 personen | 45 | 110 | 0% |
| 100+ personen | 45 | 135 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in detailhandel, geen winkel of markt?
Van de 105.045 bedrijven vielen er 12.975 in de groep met twee personen en 2.115 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 14,4% van de bedrijventelling. Voor winkels in overige artikelen komt dezelfde optelling op 8.395 van de 28.260 uit, of 29,7%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen detailhandel, geen winkel of markt waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 88.765 en 12.975. Bij winkels in overige artikelen stond één werkzame persoon bovenaan met 16.405 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij detailhandel, geen winkel of markt?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van detailhandel, geen winkel of markt (14,4%), het hoogste voor winkels in voedingsmiddelen (40%). Van de 5 vergelijkingsbranches komt geen onder 14,4%. Zelfs markthandel ligt met 25,5% op of boven het meetpunt voor detailhandel, geen winkel of markt. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij winkels in overige artikelen met 28.260 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is markthandel met 25,5% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 479 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 17,4% naar 15,3%. Over 2 jaar is het verschil -2,1 procentpunt, of gemiddeld -1 procentpunt per jaar. Bij winkels in overige artikelen ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 36,4% naar 35%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg -5.040 bedrijven. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen verschoof tegelijkertijd met -1.270. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 14,9% naar 14,4%.
Wanneer detailhandel, geen winkel of markt zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is markthandel een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan winkels in overige artikelen verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.


