| Werkzame personen | Groothandel in speelgoed | Groothandel in watersportartikelen | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 240 | 260 | 60% |
| 2 personen | 60 | 55 | 15% |
| 3–4 personen | 30 | 30 | 7,5% |
| 5–9 personen | 30 | 20 | 7,5% |
| 10–19 personen | 20 | 5 | 5% |
| 20–49 personen | 15 | 5 | 3,8% |
| 50–99 personen | 5 | 0 | 1,3% |
| 100+ personen | 5 | 0 | 1,3% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in groothandel in speelgoed?
Van de 400 bedrijven vielen er 60 in de groep met twee personen en 30 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 22,5% van de bedrijventelling. Voor groothandel in watersportartikelen komt dezelfde optelling op 85 van de 380 uit, of 22,4%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen groothandel in speelgoed waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 240 en 60. Bij groothandel in watersportartikelen stond één werkzame persoon bovenaan met 260 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij groothandel in speelgoed?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 46 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van groothandel in huishoudapparatuur (20,5%), het hoogste voor groothandel woningtextiel, tapijt (24,2%). Bij 4 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 22,5% en bij 1 hoger. Met 22,4% komt groothandel in watersportartikelen het meest in de buurt van groothandel in speelgoed. Ook qua omvang ligt groothandel in watersportartikelen het dichtst bij groothandel in speelgoed, met 380 tegenover 400 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 46494 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 22,9% naar 21%. Over één jaar is het verschil -1,9 procentpunt, of gemiddeld -1,9 procentpunt per jaar. Bij groothandel in watersportartikelen ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 21% naar 22,1%. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen bleef tussen oktober 2025 en oktober 2026 afgerond op 90. Tegelijk ging het totaal van 400 naar 400. Een wijzigend aandeel kan dus ook uit de omvang van de overige groepen komen.
Wanneer groothandel in speelgoed zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is groothandel in watersportartikelen een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan groothandel in watersportartikelen verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.


