| Werkzame personen | Groothandel in vis | Groothandel in zuivel en vetten | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 260 | 225 | 52% |
| 2 personen | 75 | 50 | 15% |
| 3–4 personen | 30 | 25 | 6% |
| 5–9 personen | 45 | 30 | 9% |
| 10–19 personen | 40 | 20 | 8% |
| 20–49 personen | 30 | 20 | 6% |
| 50–99 personen | 5 | 15 | 1% |
| 100+ personen | 10 | 10 | 2% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in groothandel in vis?
Van de 500 bedrijven vielen er 75 in de groep met twee personen en 30 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 21% van de bedrijventelling. Voor groothandel in zuivel en vetten komt dezelfde optelling op 75 van de 395 uit, of 19%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen groothandel in vis waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 260 en 75. Bij groothandel in zuivel en vetten stond één werkzame persoon bovenaan met 225 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij groothandel in vis?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 46 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van groothandel in voedselgrondstoffen (13,6%), het hoogste voor groothandel in suiker en chocolade (22,9%). Bij 4 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 21% en bij 1 hoger. Met 20,8% komt groothandel in vlees het meest in de buurt van groothandel in vis. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij groothandel in zuivel en vetten met 395 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is groothandel in vlees met 20,8% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2024 en januari 2025?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 46382 tussen januari 2024 en januari 2025. De uitkomst ging van 21,4% naar 23%. Over één jaar is het verschil +1,6 procentpunt, of gemiddeld +1,6 procentpunt per jaar. Bij groothandel in zuivel en vetten ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 20,8% naar 19,7%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -15 en in de complete CBS-categorie om +10 bedrijven.
Wanneer groothandel in vis zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is groothandel in vlees een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan groothandel in zuivel en vetten verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.


