| Werkzame personen | Groothandel zuivel, vetten, eieren | Groothandel in vis | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 280 | 260 | 55,4% |
| 2 personen | 75 | 75 | 14,9% |
| 3–4 personen | 40 | 30 | 7,9% |
| 5–9 personen | 40 | 45 | 7,9% |
| 10–19 personen | 30 | 40 | 5,9% |
| 20–49 personen | 20 | 30 | 4% |
| 50–99 personen | 15 | 5 | 3% |
| 100+ personen | 10 | 10 | 2% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in groothandel zuivel, vetten, eieren?
Van de 505 bedrijven vielen er 75 in de groep met twee personen en 40 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 22,8% van de bedrijventelling. Voor groothandel in vis komt dezelfde optelling op 105 van de 500 uit, of 21%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen groothandel zuivel, vetten, eieren waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 280 en 75. Bij groothandel in vis stond één werkzame persoon bovenaan met 260 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij groothandel zuivel, vetten, eieren?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 46 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van groothandel in voedselgrondstoffen (13,6%), het hoogste voor groothandel in suiker en chocolade (22,9%). Bij 4 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 22,8% en bij 1 hoger. Met 22,9% komt groothandel in suiker en chocolade het meest in de buurt van groothandel zuivel, vetten, eieren. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij groothandel in vis met 500 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is groothandel in suiker en chocolade met 22,9% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2024 en januari 2025?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 4633 tussen januari 2024 en januari 2025. De uitkomst ging van 24% naar 23%. Over één jaar is het verschil -1 procentpunt, of gemiddeld -1 procentpunt per jaar. Bij groothandel in vis ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 21,4% naar 23%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg 0 bedrijven. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen verschoof tegelijkertijd met +5. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 21,8% naar 22,8%.
Wanneer groothandel zuivel, vetten, eieren zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is groothandel in suiker en chocolade een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan groothandel in vis verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.


