| Werkzame personen | Markthandel in voedingsmiddelen | Markthandel in overige non-food | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 2.165 | 2.785 | 57,3% |
| 2 personen | 835 | 460 | 22,1% |
| 3–4 personen | 480 | 125 | 12,7% |
| 5–9 personen | 235 | 20 | 6,2% |
| 10–19 personen | 60 | 5 | 1,6% |
| 20–49 personen | 10 | 0 | 0,3% |
| 50–99 personen | 0 | 0 | 0% |
| 100+ personen | 0 | 0 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in markthandel in voedingsmiddelen?
Van de 3.780 bedrijven vielen er 835 in de groep met twee personen en 480 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 34,8% van de bedrijventelling. Voor markthandel in overige non-food komt dezelfde optelling op 585 van de 3.400 uit, of 17,2%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen markthandel in voedingsmiddelen waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 2.165 en 835. Bij markthandel in overige non-food stond één werkzame persoon bovenaan met 2.785 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij markthandel in voedingsmiddelen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van webwinkels in elektronica (13,7%), het hoogste voor winkels in vrijetijdsartikelen (35,7%). Bij 4 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 34,8% en bij 1 hoger. Met 35,7% komt winkels in vrijetijdsartikelen het meest in de buurt van markthandel in voedingsmiddelen. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij winkels tweedehands (geen kleding) met 3.600 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is winkels in vrijetijdsartikelen met 35,7% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 4781 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 38,7% naar 37,5%. Over 2 jaar is het verschil -1,3 procentpunt, of gemiddeld -0,6 procentpunt per jaar. Bij markthandel in overige non-food ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 17,9% naar 17,3%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -30 en in de complete CBS-categorie om +125 bedrijven.
Wanneer markthandel in voedingsmiddelen zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is winkels in vrijetijdsartikelen een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan markthandel in overige non-food verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.


