| Werkzame personen | Timmerbedrijven (bouw) | Schilders- en glaszetbedrijven | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 23.905 | 13.085 | 89,9% |
| 2 personen | 1.640 | 1.290 | 6,2% |
| 3–4 personen | 535 | 600 | 2% |
| 5–9 personen | 315 | 440 | 1,2% |
| 10–19 personen | 135 | 210 | 0,5% |
| 20–49 personen | 60 | 115 | 0,2% |
| 50–99 personen | 10 | 20 | 0% |
| 100+ personen | 5 | 10 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in timmerbedrijven (bouw)?
Van de 26.600 bedrijven vielen er 1.640 in de groep met twee personen en 535 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 8,2% van de bedrijventelling. Voor schilders- en glaszetbedrijven komt dezelfde optelling op 1.890 van de 15.770 uit, of 12%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een opgeleverde opdracht werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen timmerbedrijven (bouw) waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 23.905 en 1.640. Bij schilders- en glaszetbedrijven stond één werkzame persoon bovenaan met 13.085 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander opnemen, uitvoeren en opleveren langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een tweede bezoek aan dezelfde klant bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij timmerbedrijven (bouw)?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 43 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van timmerbedrijven (bouw) (8,2%), het hoogste voor loodgieters en installatiebedrijven (13,3%). Van de 5 vergelijkingsbranches komt geen onder 8,2%. Zelfs elektrotechnische bouwinstallatie ligt met 9,5% op of boven het meetpunt voor timmerbedrijven (bouw). Ook qua omvang ligt elektrotechnische bouwinstallatie het dichtst bij timmerbedrijven (bouw), met 20.965 tegenover 26.600 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 4332 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 8,8% naar 8%. Over 2 jaar is het verschil -0,8 procentpunt, of gemiddeld -0,4 procentpunt per jaar. Bij schilders- en glaszetbedrijven ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 13,2% naar 11,9%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -5 en in de complete CBS-categorie om +105 bedrijven.
Wanneer timmerbedrijven (bouw) zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is elektrotechnische bouwinstallatie een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een opgeleverde opdracht. Een begroting die is ontleend aan schilders- en glaszetbedrijven verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een tweede bezoek aan dezelfde klant en de uren die de eigenaar zelf maakt.




