| Werkzame personen | Verhuur van huishoudartikelen | Verhuur overige consumentenwaren | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 740 | 1.620 | 75,5% |
| 2 personen | 150 | 425 | 15,3% |
| 3–4 personen | 45 | 150 | 4,6% |
| 5–9 personen | 35 | 95 | 3,6% |
| 10–19 personen | 10 | 35 | 1% |
| 20–49 personen | 5 | 10 | 0,5% |
| 50–99 personen | 5 | 5 | 0,5% |
| 100+ personen | 0 | 5 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in verhuur van huishoudartikelen?
Van de 980 bedrijven vielen er 150 in de groep met twee personen en 45 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 19,9% van de bedrijventelling. Voor verhuur overige consumentenwaren komt dezelfde optelling op 575 van de 2.345 uit, of 24,5%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een afgeronde verhuur werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen verhuur van huishoudartikelen waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 740 en 150. Bij verhuur overige consumentenwaren stond één werkzame persoon bovenaan met 1.620 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander reserveren, uitgeven en bij inname controleren langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor beschadiging bij teruggave bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij verhuur van huishoudartikelen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 77 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van exploitatie van patenten (12,8%), het hoogste voor verhuur overige consumentenwaren (24,5%). Bij 3 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 19,9% en bij 2 hoger. Met 19,7% komt verhuur en lease van personenauto's het meest in de buurt van verhuur van huishoudartikelen. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij verhuur van bouwmachines met 990 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is verhuur en lease van personenauto's met 19,7% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 77292 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 21,9% naar 20,2%. Over één jaar is het verschil -1,7 procentpunt, of gemiddeld -1,7 procentpunt per jaar. Bij verhuur overige consumentenwaren ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 25,2% naar 25,2%. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen bleef tussen oktober 2025 en oktober 2026 afgerond op 195. Tegelijk ging het totaal van 950 naar 980. Een wijzigend aandeel kan dus ook uit de omvang van de overige groepen komen.
Wanneer verhuur van huishoudartikelen zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is verhuur en lease van personenauto's een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een afgeronde verhuur. Een begroting die is ontleend aan verhuur overige consumentenwaren verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens beschadiging bij teruggave en de uren die de eigenaar zelf maakt.




