| Werkzame personen | Winkels in kleding | Winkels in antiek en tweedehands | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 4.110 | 4.190 | 52,7% |
| 2 personen | 1.655 | 695 | 21,2% |
| 3–4 personen | 1.135 | 140 | 14,6% |
| 5–9 personen | 535 | 70 | 6,9% |
| 10–19 personen | 170 | 25 | 2,2% |
| 20–49 personen | 110 | 25 | 1,4% |
| 50–99 personen | 35 | 5 | 0,4% |
| 100+ personen | 55 | 5 | 0,7% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in winkels in kleding?
Van de 7.800 bedrijven vielen er 1.655 in de groep met twee personen en 1.135 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 35,8% van de bedrijventelling. Voor winkels in antiek en tweedehands komt dezelfde optelling op 835 van de 5.160 uit, of 16,2%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen winkels in kleding waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 4.110 en 1.655. Bij winkels in antiek en tweedehands stond één werkzame persoon bovenaan met 4.190 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij winkels in kleding?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van winkels in antiek en tweedehands (16,2%), het hoogste voor winkels in kleding (35,8%). Winkels in kleding ligt met 35,8% aan de bovenkant van deze vergelijking. De meest nabije uitkomst is 34% bij bloemen-, dierenwinkels, tuincentra. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij webwinkels in vrijetijdsartikelen met 7.640 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is bloemen-, dierenwinkels, tuincentra met 34% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 4771 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 40% naar 39,5%. Over één jaar is het verschil -0,5 procentpunt, of gemiddeld -0,5 procentpunt per jaar. Bij winkels in antiek en tweedehands ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 21,3% naar 20,9%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -80 en in de complete CBS-categorie om +655 bedrijven.
Wanneer winkels in kleding zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is bloemen-, dierenwinkels, tuincentra een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan winkels in antiek en tweedehands verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.




