| Werkzame personen | Winkels in kunstvoorwerpen | Winkels in schoenen en lederwaren | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 735 | 405 | 78,6% |
| 2 personen | 150 | 235 | 16% |
| 3–4 personen | 40 | 195 | 4,3% |
| 5–9 personen | 5 | 115 | 0,5% |
| 10–19 personen | 5 | 35 | 0,5% |
| 20–49 personen | 0 | 15 | 0% |
| 50–99 personen | 0 | 5 | 0% |
| 100+ personen | 0 | 15 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in winkels in kunstvoorwerpen?
Van de 935 bedrijven vielen er 150 in de groep met twee personen en 40 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 20,3% van de bedrijventelling. Voor winkels in schoenen en lederwaren komt dezelfde optelling op 430 van de 1.020 uit, of 42,2%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen winkels in kunstvoorwerpen waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 735 en 150. Bij winkels in schoenen en lederwaren stond één werkzame persoon bovenaan met 405 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij winkels in kunstvoorwerpen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van winkels in tweedehands kleding (18,1%), het hoogste voor winkels in schoenen en lederwaren (42,2%). Bij 1 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 20,3% en bij 4 hoger. Met 21% komt winkels in modeartikelen het meest in de buurt van winkels in kunstvoorwerpen. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij drogisterijen met 935 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is winkels in modeartikelen met 21% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2024 en januari 2025?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 47783 tussen januari 2024 en januari 2025. De uitkomst ging van 21,1% naar 23,2%. Over één jaar is het verschil +2,1 procentpunt, of gemiddeld +2,1 procentpunt per jaar. Bij winkels in schoenen en lederwaren ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 48,1% naar 48%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg +255 bedrijven. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen verschoof tegelijkertijd met +35. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 22,8% naar 20,3%.
Wanneer winkels in kunstvoorwerpen zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is winkels in modeartikelen een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan winkels in schoenen en lederwaren verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.




