| Werkzame personen | Winkels in vloeren | Bouwmarkten | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 340 | 200 | 54% |
| 2 personen | 135 | 65 | 21,4% |
| 3–4 personen | 75 | 95 | 11,9% |
| 5–9 personen | 50 | 110 | 7,9% |
| 10–19 personen | 15 | 85 | 2,4% |
| 20–49 personen | 5 | 35 | 0,8% |
| 50–99 personen | 0 | 5 | 0% |
| 100+ personen | 0 | 15 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in winkels in vloeren?
Van de 630 bedrijven vielen er 135 in de groep met twee personen en 75 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 33,3% van de bedrijventelling. Voor bouwmarkten komt dezelfde optelling op 160 van de 610 uit, of 26,2%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen winkels in vloeren waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 340 en 135. Bij bouwmarkten stond één werkzame persoon bovenaan met 200 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij winkels in vloeren?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van winkels in stoffen en textiel (20%), het hoogste voor winkels in overig bouwmateriaal (34,1%). Bij 4 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 33,3% en bij 1 hoger. Met 34,1% komt winkels in overig bouwmateriaal het meest in de buurt van winkels in vloeren. Ook qua omvang ligt winkels in overig bouwmateriaal het dichtst bij winkels in vloeren, met 645 tegenover 630 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2024 en januari 2025?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 47526 tussen januari 2024 en januari 2025. De uitkomst ging van 34,1% naar 32,5%. Over één jaar is het verschil -1,6 procentpunt, of gemiddeld -1,6 procentpunt per jaar. Bij bouwmarkten ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 26,7% naar 25,4%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg +30 bedrijven. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen verschoof tegelijkertijd met +10. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 33,3% naar 33,3%.
Wanneer winkels in vloeren zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is winkels in overig bouwmateriaal een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan bouwmarkten verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.



