| Werkzame personen | Winkels in vrijetijdsartikelen | Speelgoedwinkels | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 1.940 | 810 | 46,9% |
| 2 personen | 800 | 170 | 19,3% |
| 3–4 personen | 680 | 85 | 16,4% |
| 5–9 personen | 520 | 45 | 12,6% |
| 10–19 personen | 135 | 15 | 3,3% |
| 20–49 personen | 40 | 0 | 1% |
| 50–99 personen | 10 | 5 | 0,2% |
| 100+ personen | 15 | 0 | 0,4% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in winkels in vrijetijdsartikelen?
Van de 4.140 bedrijven vielen er 800 in de groep met twee personen en 680 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 35,7% van de bedrijventelling. Voor speelgoedwinkels komt dezelfde optelling op 255 van de 1.135 uit, of 22,5%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen winkels in vrijetijdsartikelen waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 1.940 en 800. Bij speelgoedwinkels stond één werkzame persoon bovenaan met 810 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij winkels in vrijetijdsartikelen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van webwinkels in elektronica (13,7%), het hoogste voor winkels in vrijetijdsartikelen (35,7%). Winkels in vrijetijdsartikelen ligt met 35,7% aan de bovenkant van deze vergelijking. De meest nabije uitkomst is 34,8% bij markthandel in voedingsmiddelen. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij webwinkels in elektronica met 4.100 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is markthandel in voedingsmiddelen met 34,8% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 4764 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 40,9% naar 37,5%. Over 2 jaar is het verschil -3,4 procentpunt, of gemiddeld -1,7 procentpunt per jaar. Bij speelgoedwinkels ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 36% naar 35,2%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -50 en in de complete CBS-categorie om +110 bedrijven.
Wanneer winkels in vrijetijdsartikelen zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is markthandel in voedingsmiddelen een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan speelgoedwinkels verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.



