Bereid het vervolggesprek voor
Neem ‘Locatiekaart, openingstijden en tellingen’ mee naar het gesprek en kies vooraf wie de eerste vraag kan beantwoorden. Introduceer het punt met ‘Onderzoek aankoopintentie apart’. Geef de ander ruimte om de uitgangspunten te corrigeren. Een bijgesteld gegeven hoort zichtbaar in de afspraak, zodat de volgende betrokkene dezelfde versie gebruikt.
Bereid twee mogelijke vervolgen voor. Bij ‘Een ochtendtelling organiseren’ is van belang wie het materiaal controleert. Bij ‘Met een tijdelijke proefverkoop werken’ wil je weten wanneer opnieuw overleg nodig is. Neem de onzekerheid ‘Is zaterdagdrukte representatief voor het bedoelde klantmoment?’ in beide routes mee. Een afspraak over het antwoord is concreter als ook een bron, een eigenaar en een eerstvolgend beslismoment zijn genoemd.
De twee condities in het werkblad
Neem het verschil als concrete gespreksvraag mee. Zaterdagmiddag komt uit op 86 personen per 30 minuten. Bij dinsdagochtend staat 37 personen per 30 minuten. Het verschil bedraagt 49 personen per 30 minuten in neerwaartse richting. Laat de gesprekspartner aanwijzen welk uitgangspunt hij of zij herkent, en welk gegeven eerst verduidelijking nodig heeft. Noteer een correctie als nieuwe informatie, met de naam van het stuk waaruit die blijkt.
Bereid voor «Onderzoek aankoopintentie apart» één concrete vraag aan de gesprekspartner voor. Onder welke voorwaarde geldt «Zaterdagmiddag», en wie kan uitleggen waarom bij «Dinsdagochtend» een waarde van 37 personen per 30 minuten wordt gebruikt? Het bewijsstuk voor je eigen bewerking is Locatiekaart, openingstijden en tellingen. Noteer bij Plan voor een aanvullende proef wie het antwoord geeft en wanneer de bevestiging terugkomt. Lees de afspraak terug aan degene die het volgende werkstuk oplevert, zodat het oorspronkelijke voorbeeld en de eigen aantekening uit elkaar blijven. De bedragen of tellingen in deze oefening horen bij het gekozen voorbeeld.
Van uitwerking naar beslissing
Lees de afspraak aan het einde hardop terug. Is expliciet wie ‘Definieer het stoepvak’ uitvoert, welke informatie die persoon meekrijgt en wanneer een nieuw gesprek zinvol is? Voeg de afspraak toe aan ‘Plan voor een aanvullende proef’ en leg een wijziging vast wanneer de bron of de situatie verandert.
Scheid de vraag van de ondernemer, de afgesproken adviesopdracht en de beslissing waarvoor een specialist nodig is. Bij de vraag ‘Onderzoek aankoopintentie apart’ helpt het om één toetsbare zin te noteren over passanten in een straat met twee gezichten. Vermeld welke informatie je gebruikt en welke afspraak nog ontbreekt. Een collega kan dan zien welke vervolghandeling logisch is zonder de hele aanleiding opnieuw te reconstrueren.
Controleer je notitie aan de hand van een praktisch tegenvoorbeeld. Stel dat ‘Locatiekaart, openingstijden en tellingen’ later wordt bijgewerkt. Welke uitspraak over onderzoek aankoopintentie apart zou je dan opnieuw moeten toetsen? Schrijf op wat de wijziging betekent voor locatieadviseur en wie daarover bericht moet krijgen. Dat maakt de uitwerking bruikbaar bij een volgende versie van het dossier.


