| Werkzame personen | Afwerkingsbedrijven (bouw) | Bouwinstallatie | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 55.865 | 35.270 | 86,4% |
| 2 personen | 4.955 | 3.240 | 7,7% |
| 3–4 personen | 1.850 | 1.560 | 2,9% |
| 5–9 personen | 1.170 | 1.315 | 1,8% |
| 10–19 personen | 515 | 870 | 0,8% |
| 20–49 personen | 250 | 505 | 0,4% |
| 50–99 personen | 45 | 150 | 0,1% |
| 100+ personen | 20 | 145 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in afwerkingsbedrijven (bouw)?
Van de 64.670 bedrijven vielen er 4.955 in de groep met twee personen en 1.850 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 10,5% van de bedrijventelling. Voor bouwinstallatie komt dezelfde optelling op 4.800 van de 43.055 uit, of 11,1%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een opgeleverde opdracht werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen afwerkingsbedrijven (bouw) waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 55.865 en 4.955. Bij bouwinstallatie stond één werkzame persoon bovenaan met 35.270 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander opnemen, uitvoeren en opleveren langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een tweede bezoek aan dezelfde klant bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij afwerkingsbedrijven (bouw)?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 43 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van metsel- en voegbedrijven (7,5%), het hoogste voor dakbouwbedrijven (12%). Bij 3 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 10,5% en bij 2 hoger. Met 10,2% komt sloopbedrijven en grondwerk het meest in de buurt van afwerkingsbedrijven (bouw). Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij bouwinstallatie met 43.055 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is sloopbedrijven en grondwerk met 10,2% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 433 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 11,4% naar 10,4%. Over 2 jaar is het verschil -1 procentpunt, of gemiddeld -0,5 procentpunt per jaar. Bij bouwinstallatie ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 13,2% naar 11,4%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -15 en in de complete CBS-categorie om +480 bedrijven.
Wanneer afwerkingsbedrijven (bouw) zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is sloopbedrijven en grondwerk een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een opgeleverde opdracht. Een begroting die is ontleend aan bouwinstallatie verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een tweede bezoek aan dezelfde klant en de uren die de eigenaar zelf maakt.



